Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:1047

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2019
Publicatiedatum
27 juni 2019
Zaaknummer
19/01839
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet Bopz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake voorlopige machtiging Wet Bopz en persoonlijkheidsstoornis

In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam betreffende een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz. De kernvraag betrof de vraag of een persoonlijkheidsstoornis kan worden aangemerkt als een stoornis van de geestvermogens in de zin van de Wet Bopz.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikking van de rechtbank Rotterdam en het verloop van het geding aldaar. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen. De raadsheren hebben het beroep inhoudelijk niet behandeld omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad heeft het beroep dan ook verworpen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Hiermee is bevestigd dat een persoonlijkheidsstoornis niet valt onder de stoornissen van geestvermogens zoals bedoeld in de Wet Bopz, en dat de voorlopige machtiging op die grondslag terecht is geweigerd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Rotterdam bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/01839
Datum28 juni 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C10/564503/FA RK 18-9996 van de rechtbank Rotterdam van 10 januari 2019.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
28 juni 2019.