ECLI:NL:HR:2019:1021

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
20 juni 2019
Zaaknummer
17/04012
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 365a SvArt. 138 lid 4 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen lokaalvredebreuk

De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van lokaalvredebreuk. In cassatie stelde de verdachte dat het hof ten onrechte bewijsvoering had aangevuld met proces-verbaal zonder de inhoud daarvan te vermelden in het arrest. De Hoge Raad overwoog dat het hof de aanvullende bewijsstukken alsnog had opgemaakt conform artikel 365a, tweede lid, Sv, hoewel de termijn daarvoor ruimschoots was overschreden. Deze overschrijding leidt echter niet tot nietigheid van het vonnis of de aanvulling.

De Hoge Raad achtte de middelen van cassatie niet ontvankelijk omdat zij geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens tot verwerping van het beroep. Het arrest van het hof Amsterdam bleef daarmee in stand.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 juni 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen lokaalvredebreuk.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04012
Datum25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 augustus 2017, nummer 23/003009-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 juni 2019.