ECLI:NL:HR:2018:974

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
17/01808
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:101 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag

In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding wegens onrechtmatig gelegd beslag. De procedure begon bij de rechtbank Noord-Holland, waarna het gerechtshof Amsterdam het geschil behandelde en een arrest wees op 10 januari 2017. Tegen dit arrest stelden eisers cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken. In cassatie heeft de Hoge Raad de klachten van eisers onderzocht, maar deze bleken niet te leiden tot beantwoording van relevante rechtsvragen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling zouden bevorderen.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de eisers in de kosten van het cassatiegeding, inclusief verschotten en salaris advocaat, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

22 juni 2018
Eerste Kamer
17/01808
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser c.s.] en [verweerder] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/218406/HA ZA 14-486 van de rechtbank Noord-Holland van 31 december 2014 en 7 oktober 2015;
b. het arrest in de zaak 200.181.455/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 januari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser c.s.] beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser c.s.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.023,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser c.s.] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
22 juni 2018.