Uitspraak
[X]te
[Z], Spanje (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 20 januari 2017, nr. BK-16/00126, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 3 augustus 2016.
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Spanje, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag. Het beroepschrift werd echter niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de uitspraak van het hof ingediend. De termijn eindigde op 3 maart 2017, terwijl het beroepschrift pas op 23 oktober 2017 bij de Hoge Raad binnenkwam.
De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een reden te geven voor de overschrijding van de termijn, maar de aangevoerde gronden waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is.
Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en op 26 januari 2018 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.