ECLI:NL:HR:2018:964

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
17/05039
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81.1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 november 2017, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant werd behandeld. De zaak betrof een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente ’s-Hertogenbosch.

In cassatie werden verschillende klachten aangevoerd door belanghebbende, waarop het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch een verweerschrift indiende. Na behandeling van de stukken oordeelde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot tevens dat er geen aanleiding was om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Uitspraak

22 juni 2018
nr. 17/05039
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 24 november 2017, nr. 16/03903, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 16/1708) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.