Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 11 juli 2017, nr. 15/01235.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 13 april 2018 een arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belanghebbende, die zich tegen het cassatieberoep heeft verweerd met beroepsmatige rechtsbijstand, verzocht om herstel van een kennelijke vergissing in het arrest.
De Hoge Raad constateerde dat in onderdeel 3 van het arrest ten onrechte was overwogen dat geen termen aanwezig waren voor een veroordeling in de proceskosten. Na schriftelijke reactie van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeling van het verzoek, stelde de Hoge Raad vast dat deze beslissing onjuist was.
Het herstelarrest bepaalt dat de Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij rekening wordt gehouden met de samenhang van de zaak met een andere zaak volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskosten worden vastgesteld op de helft van € 2004, zijnde € 1002, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest is op 1 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarmee het eerdere arrest is verbeterd en de proceskostenveroordeling is bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van de helft van de proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.