Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
4 mei 2018.
Hoge Raad
In deze zaak vorderen eisers, gezamenlijk aangeduid als RIV c.s., schadevergoeding wegens vermeende niet-nakoming van een vaststellingsovereenkomst door verweersters, Fandango c.s. De procedure startte bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam het geschil behandelde en een arrest wees op 17 januari 2017.
RIV c.s. stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar Fandango c.s. verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van RIV c.s. niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde RIV c.s. in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Fandango c.s. op nihil werden begroot. Het arrest werd op 4 mei 2018 gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer T.H. Tanja-van den Broek.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.