Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen vermakelijkheidsretributie opgelegd over de jaren 2011 en 2012. Na een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Vervolgens werd door belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens heeft de Hoge Raad het verweerschrift van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam niet in aanmerking genomen omdat het na de termijn was ingediend.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand.