ECLI:NL:HR:2018:517

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2018
Publicatiedatum
5 april 2018
Zaaknummer
17/02371
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingrechtelijke bestuurszaak

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende een verzetprocedure in een belastingrechtelijke bestuurszaak. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk was en of de aangevoerde klachten tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens werd een eerder verzoek tot wraking van belanghebbende eveneens niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2018. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en gegrondheid van de klachten.

Uitspraak

6 april 2018
Nr. 17/02371
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 4 april 2017, nr. 16/4724, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 17 november 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
Belanghebbende heeft daarenboven een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 30 maart 2018, nr. 18/01070, ECLI:NL:HR:2018:475, is het verzoek tot wraking niet‑ontvankelijk verklaard.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2018.