ECLI:NL:HR:2018:324

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2018
Publicatiedatum
13 maart 2018
Zaaknummer
16/05139
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase bij moordzaak

Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een moordzaak, bekend als de kofferbak- en rioolputmoord. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en drie maanden. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.

Het eerste middel van cassatie werd verworpen zonder nadere motivering, aangezien het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. Het tweede middel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden in de cassatiefase.

De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en besloot de opgelegde gevangenisstraf te verminderen van acht jaar en drie maanden naar acht jaar en twee maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. Hiermee werd het arrest van het hof gedeeltelijk vernietigd en zelf afgedaan door de Hoge Raad.

Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd van acht jaar en drie maanden naar acht jaar en twee maanden wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase.

Uitspraak

13 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/05139
JH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 14 september 2016, nummer 21/000083-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht jaren en drie maanden.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze acht jaren en twee maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 maart 2018.