Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
20 februari 2018.
Hoge Raad
De verdachte was in dienst als Financial en Operations Manager bij twee vennootschappen en tevens penningmeester van een voetbalclub. Hij heeft in de periode van 2011 tot 2013 geldbedragen van zijn werkgever verduisterd door contant geld niet te storten en fictieve betalingen te boeken. Daarnaast heeft hij als penningmeester van de voetbalclub geldbedragen van de club overgeboekt naar zijn eigen rekening zonder toestemming.
De rechtbank en het hof stelden vast dat verdachte het verduisterde geld van zijn werkgever op de rekening van de voetbalclub heeft gestort, waardoor het geld vermengd raakte met de gelden van de club. Het hof oordeelde dat de voetbalclub de gelden anders dan door misdrijf onder zich had en dat verdachte als penningmeester de gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend.
De verdediging voerde aan dat het geld op de rekening van de voetbalclub door misdrijf was verkregen en dat verdachte het geld dus niet anders dan door misdrijf onder zich had. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde het oordeel van het hof. Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.