In deze zaak vordert SHAPE, een internationale organisatie, opheffing van conservatoir derdenbeslag dat Supreme in België heeft gelegd op een escrow-rekening. Supreme leverde brandstoffen aan SHAPE en legde beslag wegens een betalingsgeschil. SHAPE beroept zich op immuniteit van executie en stelt dat alleen de Belgische rechter bevoegd is.
De Nederlandse voorzieningenrechter en het hof verklaarden zich bevoegd en wezen de vorderingen van SHAPE toe. Supreme stelde cassatie in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad onderzoekt ambtshalve of de Nederlandse rechter bevoegd is, mede aan de hand van Verordening Brussel I-bis en het Paris Protocol.
De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van het begrip burgerlijke en handelszaken, de exclusieve bevoegdheid van de lidstaat van tenuitvoerlegging, en de betekenis van immuniteit van executie in dit kader. De zaak wordt geschorst in afwachting van het HvJEU-arrest.
De Hoge Raad bevestigt dat SHAPE immuniteit van executie geniet en dat Supreme onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat SHAPE afstand heeft gedaan. Het belang van SHAPE bij handhaving van immuniteit weegt zwaarder dan het belang van Supreme bij verhaal. Het arrest is gewezen door een kamer van vijf raadsheren en uitgesproken op 21 december 2018.