ECLI:NL:HR:2018:2171

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2018
Publicatiedatum
21 november 2018
Zaaknummer
18/02166
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1 lid 1 FwArt. 6 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake faillissementsrecht en betalingstoezegging derde

In deze zaak diende de Hoge Raad een cassatieberoep te beoordelen tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2018, dat op zijn beurt voortbouwde op een vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2018. De zaak betrof de vraag of de schuldenaar in de toestand verkeerde dat hij had opgehouden te betalen, een cruciale vraag in het faillissementsrecht.

Verzoeker, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, stelde zich op het standpunt dat het hof onjuist had geoordeeld. Buma en Sena, de verweersters, voerden verweer en verzochten het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen en verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

23 november 2018
Eerste Kamer
18/02166
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. T.T. van Zanten en mr. I.M.A. Lintel,
t e g e n
1. VERENIGING BUMA,
gevestigd te Amstelveen,
2. STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA),
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Buma en Sena.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/18/96 F van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2018;
b. het arrest in de zaak 200.236.055/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Buma en Sena hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor Buma en Sena toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [verzoeker] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Buma en Sena begroot op € 865,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
23 november 2018.