ECLI:NL:HR:2018:214

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2018
Publicatiedatum
15 februari 2018
Zaaknummer
17/04713
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak belastingaanslag 2013 na cassatieberoep

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 augustus 2017, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2013 werd behandeld.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze bleken niet ontvankelijk voor cassatie. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet noodzakelijk omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en daarmee de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.

Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel (voorzitter), Groeneveld en Beukers-van Dooren op 16 februari 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

16 februari 2018
Nr. 17/04713
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 30 augustus 2017, nr. 16/01338, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 16/1350) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2018.