Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
13 november 2018.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Namens de verdachte heeft de raadsman een schriftuur met middelen ingediend, maar deze schriftuur kwam pas na de wettelijke termijn aan bij de griffie van de Hoge Raad.
De raadsman had per fax bericht dat hij de schriftuur tijdig per post had verzonden en telefonisch de ontvangst had gecontroleerd. De Hoge Raad heeft overwogen dat deze bijzondere omstandigheid niet leidt tot het dragen van het risico dat de schriftuur buiten de termijn is aangekomen.
Daarmee is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het beroep, omdat geen tijdige schriftuur met middelen is ingediend.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de schriftuur met middelen in cassatie.