Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
6 november 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter bij verstek veroordeeld voor poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen en stelde hoger beroep in. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat geen grieven waren ingediend en de zaak ambtshalve niet inhoudelijk behandelde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist handelde door de zaak zonder inhoudelijke behandeling af te wijzen, omdat niet was voldaan aan de vereiste toezending van een afschrift van de appeldagvaarding aan het kantooradres van de raadsman. De opgave van het kantooradres in de schriftelijke volmacht geldt niet als adres voor toezending conform art. 588a Sv, terwijl in deze zaak de dagvaarding ter griffie was uitgereikt vanwege onbekende verblijfplaats van de verdachte.
Hierdoor mocht het hof de zaak niet in behandeling nemen zonder eerst het afschrift aan het kantooradres van de raadsman te hebben verzonden. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens ontbreken toezending afschrift appeldagvaarding en wijst zaak terug voor nieuwe berechting.