ECLI:NL:HR:2018:1987

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
17/04601
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep inzake onrechtmatige daad en privacy bij publicatie naam voormalig rechercheur

In deze zaak stond centraal of het noemen van de naam van een voormalig rechercheur, die strafrechtelijk veroordeeld is, in een boek een schending van het ambtsgeheim en de privacy opleverde. Eiser stelde dat de publicatie onrechtmatig was en in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens.

De rechtbank Den Haag wees de vordering af, hetgeen werd bevestigd door het gerechtshof Den Haag. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken en concludeerde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet de beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten en verwierp het beroep. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten. Het arrest bevestigt de toepassing van de journalistieke exceptie en het noodzakelijkheidsvereiste in het kader van privacy en ambtsgeheim.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

26 oktober 2018
Eerste Kamer
17/04601
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelend te Den Haag,
2. DE NATIONALE POLITIE,
zetelend te Den Haag,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
e n
3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] respectievelijk de Staat, de politie en [verweerder 3] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/495805/HA ZA 15-1034 van de rechtbank Den Haag van 23 maart 2016;
b. het arrest in de zaak 200.192.885/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat en de politie hebben gezamenlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend. [verweerder 3] heeft geen verweerschrift ingediend.De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat en de politie begroot op € 2.669,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerder 3] op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
26 oktober 2018.