ECLI:NL:HR:2018:1933

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
17/03922
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:112 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in accijnszaken

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een door haar over juni 2007 betaalde accijns. De zaak betrof een geschil over de belastingaangifte en de verschuldigde accijns.

De Hoge Raad ontving het principale beroep van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën, die tevens een voorwaardelijk incidenteel beroep instelde. Na schriftelijke behandeling oordeelde de Hoge Raad dat het middel van belanghebbende niet tot cassatie kon leiden, omdat het geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het voorwaardelijke incidentele beroep verviel omdat het alleen ingesteld was voor het geval het principale beroep zou slagen, wat niet het geval was. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 12 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt.

Uitspraak

12 oktober 2018
Nr. 17/03922
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 juli 2017, nr. 15/00188, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/2291) betreffende een door belanghebbende over het tijdvak juni 2007 op aangifte voldaan bedrag aan accijns.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend. Zij heeft schriftelijk haar zienswijze omtrent het incidentele beroep naar voren gebracht.

2.Beoordeling van het in het principale beroep voorgestelde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Het voorwaardelijke incidentele beroep

Aangezien het incidentele beroep kennelijk alleen is ingesteld voor het geval het principale beroep zou slagen, maar dit geval zich niet voordoet, vervalt het beroep gelet op artikel 8:112, lid 2, Awb.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.