Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 oktober 2018.
Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het middel klaagde dat het hof in strijd met art. 422, tweede lid, Sv slechts had beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, zonder expliciet te vermelden dat ook het onderzoek in eerste aanleg was betrokken.
De Hoge Raad overweegt dat art. 422 lid 2 Sv Pro vereist dat de beraadslaging in hoger beroep geschiedt naar aanleiding van het onderzoek in hoger beroep én eerste aanleg. Echter, er bestaat geen rechtsregel die het hof verplicht dit met zoveel woorden in het arrest te vermelden. Het enkele feit dat het arrest vermeldt dat het is gewezen naar aanleiding van het onderzoek in hoger beroep, is daarom niet onrechtmatig.
De Hoge Raad wijst erop dat klachten over deze formulering in voorkomende gevallen ook met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro of art. 80a RO kunnen worden afgedaan. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.