Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding
2.Het derde geding in cassatie
3.Beoordeling van middel
4.Beslissing
5 oktober 2018.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van verzoekster tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de tussentijdse beëindiging van de schuldsanering op grond van een toerekenbare tekortkoming van de schuldenaar.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten van 27 januari 2017 en 2 februari 2018 die relevant zijn voor de beoordeling van de toerekenbare tekortkoming binnen de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 5 oktober 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsanering wordt bevestigd.