Uitspraak
[X]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 7 april 2017, nr. SGR 16/1325 V, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het beroep was ingesteld namens de erfgenamen van een overledene.
De Hoge Raad verzocht de indiener van het beroepschrift om binnen vier weken een verklaring van erfrecht en een door alle erfgenamen ondertekende volmacht te overleggen. De indiener is hieraan niet voldaan, waardoor de Hoge Raad niet kon vaststellen dat het beroep bevoegdelijk was ingesteld.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er zijn geen proceskosten aan de zijde van partijen toegewezen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste verklaring van erfrecht en volmacht.