ECLI:NL:HR:2017:859

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2017
Publicatiedatum
11 mei 2017
Zaaknummer
16/04410
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking en OZB aanslag

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 augustus 2016, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) van de gemeente Nijmegen voor het jaar 2014 werd behandeld.

Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de voorgestelde middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het gerechtshof in stand.

Het arrest werd gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

12 mei 2017
Nr. 16/04410
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 23 augustus 2016, nr. 15/01498, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 15/498) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Nijmegen voor het jaar 2014 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2017.