ECLI:NL:HR:2017:718

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2017
Publicatiedatum
18 april 2017
Zaaknummer
15/03978
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging tot oplichting met valse hoedanigheid

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor poging tot oplichting en valse hoedanigheid. Verdachte deed zich bedrieglijk voor als iemand werkzaam bij gerenommeerde bouwbedrijven, waardoor benadeelde bedrijven bouwgereedschap zoals accu-boormachines afstonden.

Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de stelling dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de omzichtigheid die bedrijven in acht moeten nemen om zich tegen bedrog te wapenen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienen. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en van de Griend, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 april 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

18 april 2017
Strafkamer
nr. S 15/03978
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 augustus 2015, nummer 22/002098-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2017.