Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 april 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 september 2015, waarin verdachte werd veroordeeld voor het vervoeren van drugs in een korset. De verdediging voerde onder meer klachten aan over een onrechtmatige lijfsvisitatie.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen aanleiding tot nadere motivering, aangezien het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof. De klachten over de onrechtmatigheid van de lijfsvisitatie zijn niet gegrond bevonden.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 april 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.