Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 april 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte, geboren in 1969, beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 30 juni 2015 in de Rotterdamse havenaffaire. Namens de verdachte hebben advocaten Knoops en 't Sas middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is op 11 april 2017 gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president W.A.M. van Schendel, en raadsheren Splinter-van Kan, Van de Brink, Faase en Borgers. Het beroep is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.