ECLI:NL:HR:2017:63

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2017
Publicatiedatum
24 januari 2017
Zaaknummer
15/03890
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 10a Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens falende bewijsklacht in Opiumwetzaak

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over overtreding van de Opiumwet. Het cassatieberoep richt zich op een middel dat een bewijsklacht bevatte. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman van verdachte schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden omdat het geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist. De Hoge Raad verwerpt het beroep dan ook zonder inhoudelijke behandeling van de bewijsklacht.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 24 januari 2017. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

24 januari 2017
Strafkamer
nr. S 15/03890
EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2015, nummer 23/000199-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 januari 2017.