Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Beoordeling van de overige middelen
5.Slotsom
6.Beslissing
24 januari 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 24 januari 2017 het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd voor zover het betrekking heeft op het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van €108.885,22 en schuldheling van sieraden met een totale waarde van €11.700. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beoordeling in hoger beroep.
De bewezenverklaring omtrent het witwassen betrof het gebruik van een geldbedrag voor de aankoop van chalets, voertuigen en levensonderhoud, waarbij het Hof het vermoeden van witwassen baseerde op een aanzienlijk verschil tussen legale inkomsten en uitgaven. De verdediging voerde onder meer aan dat bepaalde posten, zoals de aankoop van het chalet en de kosten van levensonderhoud, onjuist waren berekend. Het Hof had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het was afgeweken van dit onderbouwde standpunt, wat leidde tot nietigheid van dat deel van het arrest.
Ten aanzien van schuldheling van sieraden stelde de verdediging dat niet kon worden bewezen dat verdachte wist dat de sieraden uit een misdrijf afkomstig waren, mede omdat niet vaststond dat verdachte toegang had tot de kluis waarin de sieraden werden aangetroffen. Ook werd aangevoerd dat sommige sieraden met labels afkomstig konden zijn uit het legale circuit. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het opzet of de wetenschap van verdachte kon worden aangenomen.
De Hoge Raad verwierp de overige middelen en bevestigde dat er geen aanleiding was tot ambtshalve vernietiging van andere onderdelen van het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van de vernietigde onderdelen.
Uitkomst: Arrest gedeeltelijk vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling van witwassen en schuldheling.