ECLI:NL:HR:2017:608

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
16/04075
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 juni 2016, waarin het hoger beroep tegen belastingaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente voor de jaren 2009, 2010 en 2011 werd behandeld.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Er waren geen rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat nadere motivering achterwege kon blijven.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 7 april 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belangwekkende rechtsvragen.

Uitspraak

7 april 2017
Nr. 16/04075
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 29 juni 2016, nrs. BK‑15/00917, BK-15/01055 en BK-15/01056, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 15/1930, SGR 15/2283 en SGR 15/2284) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2009, 2010 en 2011 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente, alsmede de aan belanghebbende voor de jaren 2009, 2010 en 2011 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage premie Zorgverzekeringswet en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.