Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te München, Duitsland, alsmede te Rijswijk,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 januari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een voormalige werknemer en de Europese Octrooiorganisatie (EOO), waarbij de werknemer een medische commissie wilde laten instellen en loonbetaling wilde hervatten. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd wegens immuniteit van jurisdictie van EOO. Het hof bekrachtigde dit oordeel en overwoog dat het recht op toegang tot de rechter volgens art. 6 EVRM Pro niet absoluut is en dat immuniteit aan internationale organisaties een legitiem doel dient.
De werknemer stelde dat de procedure bij het Ambtenarengerecht van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILOAT) te lang zou duren en onvoldoende spoedprocedures kent, waardoor het wezen van haar recht op toegang tot de rechter zou worden aangetast. De Hoge Raad oordeelde dat de duur van de procedure bij ILOAT, ook al kan die 39 maanden bedragen, niet onredelijk is gezien de complexiteit van de zaak en dat er binnen ILOAT mogelijkheden bestaan voor versnelde procedures en voorlopige voorzieningen.
De Hoge Raad bevestigde dat immuniteit van jurisdictie niet absoluut is, maar dat die in dit geval terecht is toegepast omdat de werknemer redelijke alternatieve rechtsmiddelen heeft. Het beroep in cassatie werd verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de immuniteit van jurisdictie van de Europese Octrooiorganisatie en wijst het cassatieberoep af.