In deze zaak stond de handhaving van eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen centraal, waarbij een bestuurder was benoemd en aanvullende voorzieningen werden getroffen voor de benoeming van een beheerder aan wie aandelen ten titel van beheer moesten worden overgedragen. De procedure betreft een enquêteprocedure op grond van artikel 2:349a BW.
JKS Holding B.V. en Stichting Administratiekantoor D.E.M. (gezamenlijk JKS c.s.) waren verzoeksters tot cassatie, terwijl de tegenpartij verweerder in cassatie was. Beide partijen hebben hun cassatieberoepen ingesteld en verweer gevoerd. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd tot verwerping van beide beroepen.
De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De eerdere beschikkingen van de ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam bleven daarmee in stand.
De Hoge Raad heeft de beroepen van JKS c.s. en verweerder verworpen en beide partijen veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.