Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2006. Het hof heeft het bezwaar afgewezen. Vervolgens heeft belanghebbende cassatie ingesteld bij de Hoge Raad en meerdere klachten aangevoerd tegen het arrest van het hof.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, omdat zij niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie ongegrond verklaard en geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is op 3 maart 2017 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.