Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Arnhem,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 december 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een verzoek van de curator van twee failliete vennootschappen om toestemming te verkrijgen van de rechter-commissaris voor het aangaan van een vaststellingsovereenkomst met verweerder. De rechter-commissaris wees dit verzoek af. Verweerder stelde hiertegen hoger beroep in bij de rechtbank, die de beschikking van de rechter-commissaris vernietigde en toestemming verleende.
De Hoge Raad bekeek vervolgens de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van verzoeker c.s. en de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verweerder. De Hoge Raad oordeelde dat verzoeker c.s. ontvankelijk zijn in cassatie omdat zij in hoger beroep zijn verschenen.
Ten aanzien van het hoger beroep van verweerder stelde de Hoge Raad vast dat op grond van art. 67 Fw Pro het recht van hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris uitsluitend toekomt aan de verzoeker van het verzoek en degene tot wie de beschikking is gericht. Hoewel verweerder belanghebbende is, is hij niet degene tot wie de beschikking is gericht. Daarom is verweerder niet bevoegd om hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van de rechter-commissaris.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde verweerder niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uitkomst: Verweerder is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris.