Belanghebbende, een werknemer met de Belgische nationaliteit, trad in juli 2007 in dienst bij een Nederlandse werkgever en viel onder de 30%-regeling voor de periode tot juni 2017. Na invoering van de werkkostenregeling per 1 januari 2011 verviel het oorspronkelijke wettelijke artikel waarop de regeling was gebaseerd, maar door overgangsrecht bleef het oude regime van toepassing.
In juli 2012 paste de inhoudingsplichtige de 30%-regeling niet toe bij de loonheffing, omdat belanghebbende niet meer voldeed aan het 150-kilometercriterium dat sinds 2012 geldt voor ingekomen werknemers. De rechtbank oordeelde dat de regeling niet toegepast hoefde te worden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat artikel 9d UBLB, in samenhang met het Koninklijk Besluit van 22 december 2011, inhoudt dat na vijf jaar de 30%-regeling niet meer van toepassing is indien niet wordt voldaan aan het 150-kilometercriterium. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees daarmee het beroep af.