Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
28 november 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De kern van het geschil betrof de vraag of het hof terecht het verzoek van de verdediging tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank had afgewezen. De verdediging stelde dat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig was wegens niet-naleving van artikel 51 Sv Pro, omdat de raadsman van verdachte niet op de juiste wijze was geïnformeerd over de zitting.
Het hof had het hoger beroep berecht overeenkomstig artikel 423, eerste lid, Sv en het tweede lid buiten toepassing gelaten, met het oordeel dat geen situatie als bedoeld in artikel 422a Sv zich voordeed. De Hoge Raad oordeelde echter dat uit het dossier duidelijk bleek dat de raadsman als voorkeursadvocaat was aangemeld en dat noch verdachte noch raadsman op de zitting van de rechtbank waren verschenen omdat zij niet waren geïnformeerd.
De Hoge Raad bevestigde dat het voorschrift van artikel 51 Sv Pro van groot belang is en dat de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof had ten onrechte het verzoek tot terugwijzing afgewezen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor nieuwe berechting wegens niet-naleving van artikel 51 Sv.