Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 juni 2017, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2012.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen aanleiding was om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2017.