Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 6 juli 2017, nr. 16/00228, betreffende de aan belanghebbende ter zake van het jaar 2012 opgelegde boetebeschikking.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2017, betreffende een boetebeschikking over het jaar 2012, beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 24 november 2017 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.