Belanghebbende verwierf een pand bestemd als hospice voor terminaal zieken en betaalde daarop zes procent overdrachtsbelasting. Hij stelde dat het pand als woning moest worden aangemerkt, zodat het verlaagde tarief van twee procent van toepassing zou zijn. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof oordeelde anders en kwalificeerde het pand als woning.
De Hoge Raad stelt dat de objectieve kenmerken van het pand bepalend zijn voor de kwalificatie en niet de contractuele relatie met de bewoners. Het pand is ingericht en bestemd als verzorgingsinstelling, niet als woning. Het ontbreken van professionele zorgverleners en de aard van de huurrelatie doen hieraan niet af.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, bevestigt het vonnis van de Rechtbank en verklaart dat het pand geen woning is in de zin van artikel 14, lid 2, Wet op de belastingen van rechtsverkeer. Het hogere tarief van zes procent overdrachtsbelasting is terecht geheven.