Uitspraak
wonende te [woonplaats],
kantoorhoudende te HEERLEN,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen. Het geschil betreft de uitleg van een vaststellingsovereenkomst tussen verzoeker en de curator in het faillissement van verzoeker, met betrekking tot inkomsten die buiten de boedel blijven. Het hof 's-Hertogenbosch had eerder een beschikking gegeven die onderdeel uitmaakt van dit geding.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder de beschikking van 10 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1167), en behandelt de procedure na verwijzing in cassatie conform artikel 81 lid 1 RO Pro. De klachten van verzoeker in het cassatiemiddel zijn niet ontvankelijk voor inhoudelijke behandeling omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. De beschikking is gegeven door de vice-president als voorzitter en de raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer. Hiermee is het beroep definitief verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen door de Hoge Raad.