Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
.Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 1.588.976,57.
4.Slotsom
5.Beslissing
26 september 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door verkoop van harddrugs. De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot vernietiging van de uitspraak wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en vermindering daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat het middel over de redelijke termijn gegrond was en dat dit een vermindering van de betalingsverplichting tot gevolg moest hebben.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betrof en stelde het bedrag vast op € 1.583.976,-. Voor het overige werd het beroep verworpen. Er was geen aanleiding tot nadere motivering van het tweede middel, en de overige klachten werden niet gegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot € 1.583.976,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.