ECLI:NL:HR:2017:206

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
16/02813
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inzake rijksbelastingenWet inkomstenbelasting 2001Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012

De zaak betreft een beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het geschil gaat over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente, opgelegd aan belanghebbende.

De Hoge Raad heeft het middel dat door de Staatssecretaris is voorgesteld beoordeeld. Het middel kon niet tot cassatie leiden en behoeft geen nadere motivering omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. De Hoge Raad heeft vervolgens geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toe te wijzen.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en het arrest in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017. De uitspraak bevestigt daarmee de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag en handhaaft de opgelegde navorderingsaanslag en belastingrente over 2012.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10 februari 2017
Nr. 16/02813
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 20 april 2016, nrs. BK‑15/00822 en BK-15/00824 tot en met BK-15/00829, op het hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 14/8942, SGR 14/8944 tot en met SGR 14/8947, SGR 14/8949 en SGR 14/8950) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2012 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 503.