ECLI:NL:HR:2017:203

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
16/01939
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2009

Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 maart 2016, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2009.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft voorts geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10 februari 2017
Nr. 16/01939
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 25 maart 2016, nr. 14/00280, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/3544) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017.