Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het in dat verzoek vermelde arrest van de
Hoge Raad der Nederlanden.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening van een eerder arrest beoordeeld. De Advocaat-Generaal Niessen had voorgesteld om bij toepassing van artikel 80a van de Wet op de Rechterlijke Organisatie standaardoverwegingen toe te voegen aan het arrest. De Hoge Raad volgt deze suggestie niet, omdat dit de beoogde werklastvermindering en rechtsontwikkeling niet ten goede zou komen.
De wetgever heeft artikel 80a Wet RO ingevoerd om de Hoge Raad in staat te stellen zich te concentreren op kerntaken en om de afhandeling van kansloze of ongeschikte cassatiezaken te versnellen. De Advocaat-Generaal lichtte toe in welke gevallen de belastingkamer van de Hoge Raad van deze bevoegdheid gebruik maakt.
De Hoge Raad oordeelt dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het verzoek geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 11 augustus 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.