ECLI:NL:HR:2017:1120

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2017
Publicatiedatum
20 juni 2017
Zaaknummer
16/02592
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens te late indiening en art. 81 RO toepassing

De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Den Haag. Eerder had de Hoge Raad een klacht over het aanwezigheidsrecht verworpen en de Advocaat-Generaal de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de overige middelen.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het hoger beroep te laat is ingesteld, waardoor het niet-ontvankelijk is verklaard door het hof. De ingebrachte middelen leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering behoeft de Hoge Raad geen nadere motivering te geven. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens te late indiening en geen relevante rechtsvragen.

Uitspraak

20 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/02592
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 31 maart 2016, nummer 22/003960-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

1.1.
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A. Groenendijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
1.2.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:595, geoordeeld dat het derde middel niet tot cassatie kan leiden en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de overige middelen.
1.3.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 juni 2017.