ECLI:NL:HR:2016:69

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2016
Publicatiedatum
15 januari 2016
Zaaknummer
14/06054
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in civiele contractenrechtzaak

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of handelen voor zichzelf of voor een nader te noemen meester van toepassing was binnen het contractenrecht. De zaak betrof een geschil tussen eiser uit Suriname en verweerster gevestigd in Nederland.

De procedure begon bij de kantonrechter te Amsterdam met vonnissen in 2011, 2012 en 2013, waarna het gerechtshof Amsterdam op 15 juli 2014 een arrest wees. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, terwijl verweerster verwerping van het beroep vorderde en wettelijke rente over proceskosten.

De Advocaat-Generaal adviseerde verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af, veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en legde wettelijke rente op over deze kosten indien niet binnen veertien dagen voldaan werd. Het arrest werd uitgesproken op 15 januari 2016 door raadsheren van Buchem-Spapens, Streefkerk, Heisterkamp en de raadsheer de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

15 januari 2016
Eerste Kamer
14/06054
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], Suriname,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1277749\HA EXPL 11-179 van de kantonrechter te Amsterdam van 9 november 2011, 1 februari 2012 en 17 april 2013;
b. het arrest in de zaak 200.130.549/02 van het gerechtshof Amsterdam van 15 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
15 januari 2016.