Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 april 2015, waarin het beroep van belanghebbende werd afgewezen betreffende de door haar afgedragen loonbelasting als pseudo-eindheffing over het tijdvak maart 2013.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën, een conclusie van repliek van belanghebbende en een conclusie van dupliek van de Staatssecretaris. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden, mede omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor het opleggen van proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest werd uitgesproken op 26 februari 2016 door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel.