ECLI:NL:HR:2015:3563

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
15/03617
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 OwArt. 54h OwArt. 2 OwArt. 134 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis onteigening wegens ontbreken pleidooi

In deze zaak gaat het om een verzoek tot onteigening van een perceel eigendom van eiser, waarbij de rechtbank Gelderland op 1 juli 2015 de vervroegde onteigening heeft uitgesproken. Eiser heeft tegen dit vonnis beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelt dat de rechtbank ten onrechte het eindvonnis heeft gewezen zonder eiser de gelegenheid te geven tot pleidooi, ondanks dat eiser hierom had verzocht.

De rechtbank heeft niet gemotiveerd waarom het verzoek om pleidooi werd gepasseerd, hetgeen in strijd is met de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 24 en Pro 54h van de Onteigeningswet en artikel 134 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.

De kosten van het cassatiegeding worden gereserveerd tot de einduitspraak. De Hoge Raad begroot de kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van eiser op €474,08 aan verschotten en €2.600,- voor salaris, en aan de zijde van de gemeente op €845,07 aan verschotten en €800,- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot op 11 december 2015.

Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank Gelderland wordt vernietigd wegens het niet toestaan van pleidooi en de zaak wordt terugverwezen.

Uitspraak

11 december 2015
Eerste Kamer
15/03617
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.J. van Galen,
t e g e n
de GEMEENTE RHEDEN,
zetelende te De Steeg, gemeente Rheden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/05/284095/HZ ZA 15-216 van de rechtbank Gelderland van 1 juli 2015;
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak.

3.Beoordeling van het middel

3.1
De rechtbank heeft op vordering van de Gemeente de vervroegde onteigening uitgesproken van het perceel, kadastraal bekend gemeente Dieren, sectie [A] nr. [001] , ter grootte van [...] ha, in eigendom toebehorend aan [eiser] .
3.2
Het middel klaagt dat de rechtbank ten onrechte eindvonnis heeft gewezen zonder [eiser] overeenkomstig zijn verzoek gelegenheid te geven voor pleidooi.
3.3
De klacht is gegrond. Blijkens het overgelegde B7-formulier, op 29 juni 2015 aan de rechtbank gestuurd, en de uitdraai van de rol van de rechtbank van 1 juli 2015, heeft [eiser] de rechtbank om pleidooi verzocht. De rechtbank heeft op 1 juli 2015 eindvonnis gewezen, zonder [eiser] in de gelegenheid te stellen de zaak mondeling toe te lichten. Uit het vonnis van de rechtbank blijkt niet op welke grond zij aan het verzoek om pleidooi is voorbijgegaan. De rechtbank heeft dan ook in strijd gehandeld met art. 24 in Pro verbinding met art. 54h Ow, en met art. 134 Rv Pro in verbinding met art. 2 Ow Pro.
3.4
Nu de Gemeente de bestreden beslissing van de rechtbank niet heeft uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland van 1 juli 2015;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing;
reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;
begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van [eiser] op € 474,08 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van de Gemeente op € 845,07 aan verschotten en € 800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 december 2015.