ECLI:NL:HR:2016:281

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2016
Publicatiedatum
18 februari 2016
Zaaknummer
15/05079
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

De Hoge Raad heeft op 19 februari 2016 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening van het arrest van 21 november 2014, met nummer 14/00243. Het verzoek betrof een bestuursrechtelijke zaak met belastingrechtelijke aspecten.

Na beoordeling van het verzoek tot herziening is geoordeeld dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat de verzoekende partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het verzoek of omdat hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd niet kan leiden tot herziening van het eerder gewezen arrest.

De Hoge Raad heeft daarom, op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of ontoereikende gronden.

Uitspraak

19 februari 2016
Nr. 15/05079
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z]tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 21 november 2014, nr. 14/00243, ECLI:NL:HR:2014:3342.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het verzoek heeft ingediend klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het verzoek dan wel omdat hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd klaarblijkelijk niet tot herziening van het hierboven vermelde arrest kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.