Uitspraak
[X]te
[Z]tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 21 november 2014, nr. 14/00243, ECLI:NL:HR:2014:3342.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 19 februari 2016 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening van het arrest van 21 november 2014, met nummer 14/00243. Het verzoek betrof een bestuursrechtelijke zaak met belastingrechtelijke aspecten.
Na beoordeling van het verzoek tot herziening is geoordeeld dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat de verzoekende partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het verzoek of omdat hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd niet kan leiden tot herziening van het eerder gewezen arrest.
De Hoge Raad heeft daarom, op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of ontoereikende gronden.