Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.De bestreden uitspraak
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
15 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 460 microgram per liter uitgeademde lucht. Tegelijkertijd was hem op grond van hetzelfde feit de verplichting opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma (asp). Het hof veroordeelde de verdachte tot een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid, maar hield geen rekening met het asp bij de strafoplegging.
In cassatie klaagde de verdachte terecht over dubbele vervolging, omdat deelname aan het asp en strafvervolging over hetzelfde feit niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden. De Hoge Raad bevestigde eerdere jurisprudentie dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging als de verdachte al onherroepelijk aan het asp is onderworpen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had voor het oordeel gezien de aard van de opgelegde straf. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en het vonnis van de politierechter uitsluitend voor het onderdeel van het onder 2 tenlastegelegde feit, verklaarde het OM niet-ontvankelijk en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens dubbele vervolging met betrekking tot het alcoholslotprogramma.