Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
11 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake doodslag op zijn echtgenote op een camping te Zeewolde.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden, maar constateert ambtshalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De straf wordt verminderd van twaalf jaar en zes maanden naar twaalf jaar en twee maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twaalf jaar en zes maanden naar twaalf jaar en twee maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.