ECLI:NL:HR:2016:2274

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2016
Publicatiedatum
6 oktober 2016
Zaaknummer
16/01213
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WWB-besluiten

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over besluiten op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Deze uitspraken betroffen hoger beroepen tegen vonnissen van de Rechtbank Oost-Brabant.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven en hoorde partijen mondeling vertegenwoordigd door hun advocaten. Na beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat het ingebrachte middel niet tot cassatie kan leiden.

Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoeft het middel geen nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 7 oktober 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

7 oktober 2016
Nr. 16/01213
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 19 januari 2016, nrs. 14/1274 WWB en 14/6195 WWB, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Oost‑Brabant van 6 februari 2014 (nr. SHE 13/3728) en 21 oktober 2014 (nr. SHE 13/4192), betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen besluiten ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben de zaak mondeling doen toelichten, belanghebbende door L.F. Portier, advocaat te Eindhoven, het College door R.D. Boesveld, advocaat te Haarlem.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2016.